Drieklank...een kwaliteitsvol onderwijsaanbod in  de Vlaamse rand

September 2017
Z M D W D V Z
1 2
3 4 5 6 7 8 9
10 11 12 13 14 15 16
17 18 19 20 21 22 23
24 25 26 27 28 29 30

Bevoegdheden

Rond een aantal themata heeft de decreetgever uitdrukkelijke bevoegdheden aan de scholengemeenschappen toevertrouwd.

1. Een scholengemeenschap maakt afspraken1 over:

  •  de ordening van een rationeel onderwijsaanbod, eventueel gespreid over de verschillende scholen die de scholengemeenschap vormen. Het doorzichtiger maken van het Vlaams onderwijslandschap wordt gedeeltelijk door de overheid geleid, inzonderheid door het definiëren van een reeks programmatie- en overhevelingsregels. De invulling daarvan wordt echter aan de scholengemeenschappen overgelaten;
  • de oprichting, de afbouw of de overheveling van structuuronderdelen2. Ook fusies en afsplitsing van een deel van een school en het onderbrengen ervan in een autonome school is materie scholengemeenschap;
  • een rationeel en doorzichtig onderwijsaanbod i.f.v. een effectievere en efficiëntere aanwending van de middelen waar dit onderwijsorganisatorisch mogelijk is.

 2. Het rationaliseren van het aanbod moet bijdragen tot: 

  •  een beheersing van de onderwijsuitgaven;
  • een meer bevattelijke beeldvorming:
    * van het secundair onderwijsaanbod bij het brede publiek;
    * m.b.t. de objectieve leerlingenoriëntering en -begeleiding. Ook op dit vlak moet de scholengemeenschap afspraken maken

3. Een scholengemeenschap maakt afspraken over: 

  • het gevoerde personeelsbeleid, meer bepaald over de criteria voor het aanwerven, functioneren en evalueren van personeelsleden. Hoewel een personeelslid werknemer is en blijft van het schoolbestuur die het heeft aangeworven en affecteert aan één of meer van haar scholen, is het mogelijk dat ingevolge de terbeschikkingstellings- en reaffectatiereglementering of ingevolge de ruimere inzetbaarheidsprincipes een personeelslid voor of in een andere school van de scholengemeenschap of voor de totaliteit van de scholengemeenschap, zal fungeren. Daarom is het logisch dat over bepaalde personeelsaspecten een gemeenschappelijke visie bestaat, bijvoorbeeld qua toepassing van de reglementering op de bekwaamheidsbewijzen die bij recrutering toelaat om tot op zekere hoogte een eigen personeelsbeleid te voeren.

4. Een scholengemeenschap maakt afspraken/beslist over: 

  • de verdeling van de extra uren-leraar over haar scholen. De verdelingscriteria worden onderhandeld in het lokaal comité. Wanneer hieromtrent geen akkoord wordt bereikt, worden de extra uren-leraar recht evenredig verdeeld volgens het aandeel dat het pakket uren-leraar van elke afzonderlijke school uitmaakt binnen de totaliteit van de pakketten uren-leraar van de diverse scholen die tot de scholengemeenschap behoren. De scholengemeenschappen en de scholen zullen de bevoegde onderhandelingsorganen tenslotte informeren over de uiteindelijke verdeling en aanwending van de extra wekelijkse uren-leraar.

5. De scholengemeenschap maakt afspraken/beslist over: 

  • de verdeling over haar scholen van de globale puntenenveloppe. De verdelingscriteria worden onderhandeld in het lokaal comité. Wanneer hieromtrent geen akkoord wordt bereikt, worden de punten verdeeld overeenkomstig de parameters volgens welke ze toegekend zijn.

6. De scholengemeenschap maakt afspraken/beslist over: 

  • de aanwending van de middelen voor ICT-coördinatie.

7. De scholengemeenschap kan afspraken maken over: 

  • de engagementsverklaring die in het schoolreglement wordt opgenomen met betrekking tot wederzijdse afspraken over oudercontact, regelmatige aanwezigheid en spijbelbeleid, vormen van individuele leerlingenbegeleiding en het positieve engagement ten aanzien van de onderwijstaal.

8. De scholengemeenschap brengt advies uit inzake: 

  •  investeringen in schoolgebouwen en infrastructuur waarbij het schoolbestuur beroep doet op de investeringsmiddelen van AGION.

9. Een scholengemeenschap kan samenwerkingsakkoorden sluiten met: 

  •  één of meer andere scholen voor buitengewoon secundair onderwijs3;
  • één of meer scholen voor basisonderwijs, deeltijds kunstonderwijs en/of volwassenenonderwijs;
  • één of meer scholen voor gewoon secundair onderwijs die niet tot een scholengemeenschap behoren. Noch de vorm noch de inhoud van een dergelijk samenwerkingsakkoord is aan overheidsregels gebonden. De documenten die op het akkoord betrekking hebben moeten wel op het contactadres van de scholengemeenschap ter inzage liggen van de leden van het inspectiekorps en het verificatiekorps. Indien het samenwerkingsakkoord betrekking heeft op ICT-coördinatie moet de aard van het samenwerkingsplatform wel door het Agodi zijn gekend. 
.1 met de term "afspraak" alludeert de decreetgever duidelijk op de noodzaak om tot "eenzelfde standpuntbepaling" te komen. Hoewel allicht het consensusmodel als voorbeeld mag worden gesteld, wordt het door de overheid bewust aan de scholengemeenschappen overgelaten om het vormingsproces van bedoelde essentiële afspraken op punt te stellen. (Dit betekent onder meer dat ook de procedure van stemming, al dan niet bij gewone meerderheid, tot de mogelijkheden behoort).
.2 studierichting.
.3 een dergelijke school die tot een scholengemeenschap behoort, kan tezelfdertijd samenwerken met één of meer andere scholengemeenschappen. De expertise en de minder dichte spreiding van scholen voor buitengewoon onderwijs in Vlaanderen, liggen aan de basis van deze regeling.

 

 

 

 

 Intradesk 

 

googledriveklein

 


Copyright Drieklank © 2015. All Rights Reserved.